“Naomi is ziek geweest. Ik heb even getwijfeld of ze morgen wel naar schooltje (psz) kan. Maar als ik haar nu zie verwacht ik haar wel te brengen” Ik sluit mijn app gesprek af “Zie ik je morgen misschien bij school?”. Even later lees ik ietwat verbijsterd op; “Wat ga je morgen doen dan?” Ik voel de grijns waarmee hij word getypt bijna door mijn telefoonscherm heen spatten net nadat een eerste gedachte de revue passeert..
Peuter
“Mama?” klinkt teleurgesteld die morgen. “Naomi wil niet groot zijn”. Twee beteuterde oogjes kijken naar de grond. Lieverd, je bent mama’s kleine en ook mama’s grote meisje. Jij bent al zo groot en stoer en jij kan al zoveel. We knuffelen. Die middag kruipt Naomi samen met Fleur door de kamer. “Kijk mama, samen kruipen.” Ik glunder.
En dan is het tijd voor de terugreis. We besluiten in één keer terug naar huis te knallen en komen veilig en dankbaar, na een trip van bijna 13 uur, aan in het koude kikkerlandje. Daar waar de regen ons begroet. Tijd voor kaarsjes, warme truien, en een winterjas. Over kledingdepressie en de leukste winteritems. Tijd voor een nieuwe shoplog!
De ontdekkingstocht van een peuter. Nog ietwat ongemakkelijk zie ik haar de trap op lopen. “Wat ga je doen lieverd” roep ik haar zachtjes na. Je zusje slaapt, doe je zachtjes? “JA” Schreeuwt ze me eigenwijs tegemoet. Ik zie twee sprankelende oogjes door de spijlen van de overloop mijn kant op kijken. Even hoop ik dat ze vraagt of ik mee kom. Op dat moment keert ze zich om als ze op haar meest eigenwijze manier zegt; “Doei!”
In de dinsdagpost schreef ik over de lichtelijke horror van het bloedprikken. Terwijl ook een apparaatje vast haar glucose waarde meet vraag ik haar de uitslag te delen. Kort en bondig word er nee geantwoord. Gaat via de huisarts. Maar sterkte ermee word ons met een handdruk gezegd als we de deur uit wandelen. Sterkte ermee? Het blijft malen. Zou ze meer weten dan ik? Zou er een drastisch hoge waarde te zien zijn geweest? Het maakt me onrustig en ik besluit al de volgende dag de huisarts zelf te bellen..
Terwijl ik haar armpje stevig vast houd zie ik hoe de naald erin word geprikt. Stil maar lieverd, fluister ik, wanneer haar betraande ogen me angstvallig aankijken. Wat had ik haar in vredesnaam aangedaan door haar hier te brengen. Ik zie de naald heen en weer gaan op zoek naar een goede ader. Terwijl mijn geduld op begint te raken zie ik hoe de paniek bij dochterlief toeslaat. Hou maar op, nu(!), beveel ik vriendelijk.










